Alle berichten van tienkamp
Drenthe is de droomprovincie van woningzoekend Nederland
Bron: https://nieuwbouw.nl/nieuwbouw-nieuws/nieuws/119-drenthe-is-de-droomprovincie-van-woningzoekend-nederland
Ruimte, rust en betaalbaarheid. Dat zijn de drie belangrijkste wensen van woningzoekend Nederland, zo blijkt uit representatief onderzoek van Slimster. Zij onderzochten hoeveel Nederlanders willen verhuizen, waarom ze dat willen, welke provincies favoriet zijn en of de voorkeur uitgaat naar wonen in de stad of juist daarbuiten. Opvallend resultaat: ruim een derde van de Nederlanders wil verhuizen, en het liefst naar een dorp in Drenthe.
Hoe jonger, hoe groter de verhuislust
Van alle deelnemers overweegt bijna drie op de tien mensen om binnen nu en drie jaar te verhuizen. De helft blijft liever zitten waar hij zit. De wil om te verkassen zit vooral bij jongeren onder de 30 jaar. Bijna de helft van deze groep (49%) is actief op de verhuismarkt. Hoe ouder we worden, hoe minder verhuislustig we zijn. Tussen de 30 en 50 jaar wisselen stabiliteit en twijfel elkaar af. Vanaf 50 jaar neemt het percentage verhuisgeneigden duidelijk af. 70-plussers zijn nauwelijks nog van plan zijn te verhuizen.
Buiten de Randstad zit men opvallend vaak goed. In Overijssel wil 58% helemaal niet weg. In Flevoland zelfs 61%. In Zuid-Holland staan de meeste mensen (bijna 37%) positief tegenover een verhuizing.
Verhuisreden 1: groter wonen
Vraag je waarom ze willen verhuizen, dan klinkt het antwoord vaak: meer woonruimte. Maar het antwoord verschilt per leeftijd. Het omslagpunt ligt bij 50 jaar. Vijftigers, zestigers en zeventigsters kiezen juist vaker voor kleiner wonen.
Verder spelen rust, goedkoper wonen en het verlangen naar een koopwoning (voor huurders) een grote rol.
Opvallende inzichten:
- In Groningen wil een groot deel juist kleiner wonen.
- In Flevoland zoekt men vooral meer rust.
- In Noord- en Zuid-Holland ligt de focus op betaalbaarheid.
- In Overijssel en Zeeland wordt een veiligere buurt als belangrijkste reden genoemd om te verhuizen.
Weg uit de stad
Zes op de tien ondervraagden woont nu in de stad (42% in een buitenwijk, 18% in het centrum). Toch zou meer dan de helft liever buiten de stad wonen. Een derde droomt van het platteland. Twee derde ziet zichzelf liever in een dorp wonen.
Wat verder opvalt: wie nu in een dorp woont, wil vaak in een dorp blijven. Terwijl stadsbewoners het vaakst verlangen naar een dorp of buitenwijk. Slechts één op de zeven dorpelingen of plattelanders wil de stad in.
De verschillen tussen leeftijden? Die zijn verrassend klein:
- Jongeren (18-29 jaar) kiezen het vaakst voor de stad, maar het verschil met ouderen is klein.
- Dertigers kiezen opvallend vaak voor het platteland.
- 70-plussers voelen zich het meest thuis in een dorp.
- Veertigers kiezen vaak voor een buitenwijk.
Drenthe favoriet
De grote favoriet onder alle provincies is… Drenthe! Bijna 27% van de Nederlanders zou hier graag willen wonen. Op de tweede plek komt Gelderland, met net iets boven de 20%.
Drenthe scoort goed bij álle leeftijden, behalve bij jongeren (18-30 jaar). Die geven nét iets vaker de voorkeur aan Utrecht, al is het verschil klein. Bij 70-plussers is de liefde voor Drenthe, Gelderland en Overijssel zelfs massaal: bijna 8 op de 10 kiest voor een van deze drie.
En Drentenaren zelf? Die zijn het meest trouw aan hun provincie. Maar liefst 93% wil blijven. Ter vergelijking: in Flevoland en Zuid-Holland wil 40% juist liever weg. En het favoriete alternatief? Juist: Drenthe.
Conclusie: Nederlanders zoeken ruimte, rust en een andere plek
Het onderzoek laat duidelijk zien waar Nederlanders van dromen: meer woonruimte, meer rust, een betaalbare woning, en dat het liefst buiten de stad, in een dorp of op het platteland.
Drenthe en Gelderland zijn dé topfavorieten. Maar ook: veel mensen zitten nog goed waar ze zitten. Ze houden van hun provincie, hun omgeving en willen best blijven.
Wapserveen ‘Gifdorp van Nederland’: burgers vormen collectief
https://westerveld.nieuws.nl/nieuws/wapserveen-gifdorp-van-nederland-burgers-vormen-collectief
Wapserveen – ‘In Wapserveen is de situatie voor omwonenden onhoudbaar geworden. Ook de school, kinderopvang en sportclubs in het dorp zijn omsingeld door velden met sierteelt welke bespoten worden met bestrijdingsmiddelen. Een schrijnende en gevaarlijke situatie.’ Dat schrijft het nieuwe Burgercollectief in een noodkreet richting onder andere de gemeente Westerveld.
‘Tientallen artsen uit de regio en elders in het land slaan alarm over de blootstelling van inwoners – waaronder kinderen – aan stoffen waarvan de veiligheid voor de menselijke gezondheid niet is aangetoond. In een gezamenlijke verklaring stellen zij dat zij, vanuit hun medische verantwoordelijkheid, niet kunnen accepteren dat burgers in deze omgeving aan dergelijke risico’s worden blootgesteld.’
Vreedzame demonstratie
In een week tijd is er een burgercollectief ontstaan van meer dan 60 leden dat hun angsten uitspreekt. Gesteund door een verklaring van artsen dat hun angsten terecht zijn. Burgers verzamelen zich dinsdag 15 april om 16.00 uur in Diever, bij het gemeentehuis van Westerveld, voor een vreedzame demonstratie. Artsen, (groot)ouders en kinderen van Wapserveen en omgeving komen samen om de ernst van de situatie kenbaar te maken. Tijdens deze bijeenkomst zullen de artsenverklaringen overhandigd worden aan de burgermeester van de gemeente Westerveld.
De demonstranten roepen het gemeentebestuur, de provincie Drenthe en de landelijke politiek op om per direct maatregelen te nemen om de gezondheid van burgers – en met name kinderen – te beschermen. De ondertekenaars van de verklaring benadrukken dat het hier niet gaat om angstzaaierij, maar om een fundamentele oproep tot het hanteren van het voorzorgsprincipe. Zolang niet is bewezen dat de stoffen veilig zijn, mag er geen sprake zijn van blootstelling – zeker niet in de nabijheid van kwetsbare groepen zoals kinderen.
“Wij mogen niet zwijgen terwijl wij zien dat mensen mogelijk ziek worden door nalatigheid. De gezondheid van onze gemeenschap staat op het spel. We zijn het aan onze artseneed verplicht dat te melden.” aldus een van de betrokken artsen.
Gifvrij Wapserveen – 15 april 2025 16:00 uur

Nee, lieve mensen, je hóeft je tuin niet op te hogen met compost. Beter van niet. – Anne Marie van Dam
Ik geef het toe. Ik ben gefrustreerd. Ik werk al een groot deel van mijn leven aan efficiënte bemesting, in de landbouw en in moestuinen. In de landbouw gaat dat steeds beter, mede afgedwongen door de Meststoffenwet. Maar in moestuinen, en ook siertuinen, is het soms een drama. En dat niet alleen: tuinmensen zijn er nog trots op ook. Zoals nu te zien in de bioscoop, waar de (overigens prachtige) film Onder het maaiveld draait. Daarin wordt gedemonstreerd hoe je een moestuin aanlegt. Niet gewoon in de grond, maar door er zo’n 15 cm compost op te leggen. Ongeacht de bestaande bodem of het teeltplan. 15 volle emmers per vierkante meter.
Als je lekker veel compost gebruikt, of een flinke laag stalmest, krioelt je tuin van het bodemleven. Net als in een composthoop. Je planten spuiten de grond uit: een geweldige oogst. Er is alleen één grote MAAR: je voert veel, véél meer stikstof en fosfaat aan dan je planten nodig hebben. En ook véél meer dan het bodemleven kan verstouwen.
Die overkill aan stikstof en fosfaat spoelt naar het grondwater of de sloot. Dat geeft problemen. Van stikstofrijk grondwater kun je lastiger gezond drinkwater maken. Teveel stikstof en fosfaat in sloten en meren zorgt voor algensoep.
Daarom roep ik al jaren: het mag wel wat minder met compost en mest. Daarin sta ik niet alleen. Mijn collega-tuindocenten van Velt* zeggen dat ook al meer dan 40 jaar. De kennis is er gewoon.
Dat is ook nodig. Sinds 1991 probeert Nederland aan de Europese Nitraatrichtlijn te voldoen, voor het grondwater. Sinds 2007 aan de Kaderrichtlijn Water, die vooral over oppervlaktewater gaat. Daarom zijn er stikstof- en fosfaatgebruiksnormen in de Meststoffenwet.
Als je een boerenbedrijf van enige omvang hebt, moet je aan die wet voldoen. Op de schraalste grond mag je dan nog het meeste aanvoeren: jaarlijks per vierkante meter zo’n 12 liter groencompost, 6 liter GFT-compost of 4 liter stalmest van koeien. Nooit meer dan een flinke emmer dus. Meestal aanzienlijk minder.
En ook dan nog voer je meer stikstof en fosfaat aan dan er afgevoerd wordt met de oogst. Voor een deel zitten die voedingsstoffen in de organische stof, of gebonden aan zand of klei in de compost. Dat spoelt niet zo snel naar de sloot. Maar dan nog: als je meer aanvoert dan dat je oogst, wordt je tuin uiteindelijk een stikstof- en fosfaatbommetje voor je omgeving.
Daar mag je als tuinmens voor kiezen. Voor jou staan er geen wetten in de weg.
Maar denk niet dat je de natuur er een plezier mee doet, ook al zie je meer regenwormen. Je werkt ook niet duurzamer dan boeren die met veel minder mest of compost hun bodemleven aan de praat proberen te houden. Wat jij in de tuin doet, daar zouden zij een boete voor krijgen. Terecht.
Zie je wel? Ik ben gefrustreerd. Ik mopper over kleine postzegeltjes tuingrond die overbemest worden. Op het grote geheel zal het niet uitmaken. Er is, schat ik, zo’n 60.000 hectare tuin in Nederland en wel 2 miljoen hectare landbouwgrond. Maar ik kan er slecht mee dealen als natuurminnende tuinmensen zo verkwistend omgaan met grondstoffen, en hun omgeving er mee vervuilen. En ik ben ontdaan dat een prestigieuze film als Onder het maaiveld dat als een duurzame weg naar een gezonde bodem presenteert. Er zijn toch wetenschappers bij betrokken?
Dus, lieve tuinmensen, ik wil nog eens roepen: LAAT EENS WAT MINDER COMPOST EN MEST KOMEN. Gebruik desnoods twee keer zoveel als de boeren. Je bent tenslotte geen professional. Maar niet tien keer zoveel. Alvast bedankt.
Anne Marie van Dam
* Velt = Vereniging voor Ecologisch Leven, Koken en Tuinieren
Hoe dan, verantwoord bemesten in de tuin? Lees het Velt Handboek Ecologisch Tuinieren, of de eenvoudiger uitleg in Ecologisch Tuinieren voor Beginners. Voor de siertuin: Ecologische tuin: van aanleg tot beheer, ook van Velt. Of *spam-alert* lees mijn eigen Leve de Bodem! Een gezonde basis onder elke tuin. Voor moes- en siertuinen.
Progressief Westerveld en de natuur
Trailer van video’s over hoe Progressief Westerveld om wil gaan met boeren, natuur, wonen, cultuur en energie in Westerveld
Regie: Margriet Bolding.
Opnameleiding: Kristiaan Smits
Camera en editing: Paul Tienkamp
Trailer van video’s over hoe Progressief Westerveld om wil gaan met boeren, natuur, wonen, cultuur en energie in Westerveld
Trailer van video’s over hoe Progressief Westerveld om wil gaan met boeren, natuur, wonen, cultuur en energie in Westerveld
Regie: Margriet Bolding.
Opnameleiding: Kristiaan Smits
Camera en editing: Paul Tienkamp
Nieuwe eigenaren Natuurkampeerterrein Thyencamp Hooghalen
Vanaf 2022 zijn Janneke Kerpershoek en Woody van der Heijden de nieuwe eigenaren van Natuurkampeerterrein Thyencamp!
Zij zijn van plan om het kampeerterrein voorlopig op dezelfde manier voort te zetten.
https://www.thyencamp.nl/

Natuurkampeerterrein in Hooghalen te koop
Natuurkampeerterrein Thyencamp in het Drentse Hooghalen is op zoek naar opvolgers. Thyencamp is een duurzame natuurcamping met Gouden Green Key: zo zijn er pelletkachels, zonneboilers, zonnecollectoren en heatpipes voor de verwarming en het warme water. Daarnaast worden de toiletten gespoeld met een grijswatercircuit. Het terrein heeft 38 kampeerplaatsen, 2 Trekkershutten en een royale vrijstaande woonboerderij met hierin o.a. een bedrijfswoning, receptie, recreatieruimte, de sanitaire voorzieningen voor de camping en een werkplaats. Heb je interesse? Op de website Recreatief Makelaars vind je meer informatie.
Minister: deze week nog landelijk centrum om plaag eikenprocessierups aan te pakken
DEN HAAG – Liefst nog deze week komt er een landelijk centrum waar gemeenten terecht kunnen voor informatie over de eikenprocessierups en de bestrijding ervan. En de Wageningse universiteit moet gaan onderzoeken hoe de rupsen zich verspreiden en hoe de overlast het beste in de gaten gehouden en bestreden kan worden.
Die maatregelen heeft natuurminister Carola Schouten afgekondigd, nadat eerder deze week de Gelderlander bekend maakte dat verschillende politieke partijen bij de minister aandrongen op maatregelen. ,,Ik heb gemerkt dat er flinke overlast van de eikenprocessierups wordt ervaren. Niet alleen bij mensen, maar ook bij dieren”, stelt de minister. ,,We zien dat gemeenten moeite hebben met de bestrijding van de rupsen.”
Vandaar dat ze de gemeenten wil ondersteunen door één centrale informatieplek aan te stellen: het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen. ,,Dit moet zo snel mogelijk gerealiseerd worden, het liefst nog deze week.”
Probleem nog niet van tafel
Maar daarmee is het probleem met de rupsen, waarvan de brandharen voor veel huidirritaties en oogproblemen kunnen zorgen, niet van tafel, realiseert de minister zich. ,,Voor de langere termijn wil ik met de WUR kijken naar: de wijze waarop de rupsen zich verspreiden, hoe we beter kunnen monitoren en hoe we beter kunnen bestrijden.”